Prepensioen of levensloop

14/03/05 - Op 22 februari 2005 heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel VUT, prepensioen en levensloop aangenomen, met daarin opgenomen de afspraken uit het Sociaal Akkoord van november 2004. Hiermee ontstaat per 1 januari 2006 een nieuw fiscaal speelveld voor levensloop, vut, prepensioen en ouderdomspensioen. Met name pensioenfondsen en verzekeraars waarschuwen voor chaos als de minister vasthoudt aan de invoeringsdatum van 1 januari 2006, omdat honderden CAO's moeten worden aangepast en pensioenfondsen en verzekeraars vele duizenden pensioenregelingen administratief moeten omzetten.

De Eerste Kamer deelt de zorg van pensioenfondsen en verzekeraars en Minister de Geus heeft dan ook de toezegging gedaan dat hij in september 2005 zal bezien hoever sociale partners, pensioenfondsen en verzekeraars gevorderd zijn bij het aanpassen van hun (vroeg)pensioenregelingen. Als de conclusie zou zijn dat invoering per 1 januari 2006 niet haalbaar en verantwoord is, dan moet via een wetswijziging de ingangsdatum veranderd worden.

Een korte terugblik

De nieuwe wet kent een historie die teruggaat tot september 2003. Toen diende het kabinet bij de Tweede Kamer een eerste wetsvoorstel in dat beoogde een eind te maken aan het fiscaal ondersteunen van VUT en prepensioenregelingen. In plaats daarvan werd in het wetsvoorstel de mogelijkheid geopend voor fiscaal ondersteund levensloopsparen. Na een jaar lang vruchteloos overleg tussen sociale partners en het kabinet over de voorgestelde wetswijzigingen stuurden Staatssecretaris Wijn van Financiën en minister De Geus van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in september 2004 het licht aangepaste wetsvoorstel Aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling naar de Tweede Kamer.

Met het wetsvoorstel beoogde het kabinet de pensionering voor het 65ste jaar minder aantrekkelijk maken. In het bijzonder door premies voor VUT en prepensioen-regelingen niet langer aftrekbaar te maken bij de belastingheffing. Voor mensen die op 1 januari 2005 55 jaar of ouder zijn, zou een overgangsregeling gaan gelden. En voor werknemers die vóór 1 januari 2006 met VUT of preprensioen zouden gaan of reeds zijn gegaan zou er niets veranderen. In plaats van het fiscaal stimuleren van vroegpensioen zou het sparen voor verlof tijdens de loopbaan, bijvoorbeeld voor de zorg voor kinderen of voor het volgen van een opleiding, via de zogenaamde levensloopregeling fiscaal worden gestimuleerd. Met het tegoed in het levenslooppotje zouden mensen aan het eind van hun loopbaan (deeltijd-)verlof kunnen opnemen in de aanloop naar het ouderdomspensioen.

De door het kabinet voorgestelde maatregelen stuitten op breed verzet vanuit de vakbeweging en ook de Tweede Kamer liet zich niet onbetuigd. Zo zou de voorgestelde levensloopregeling voor het gros van de werknemers nauwelijks financieel aantrekkelijk zijn en het rigoureus schrappen van de mogelijkheden tot vroegpensioen zou voorbijgaan aan het ontstaan van gezondheidsproblemen bij werknemers die vanaf jonge leeftijd en/of in zware beroepen werken.

Najaarsakkoord 2004: wijzigingen in het wetsvoorstel

Het najaarsakkoord van november 2004 tussen kabinet en sociale partners leidde tot een aantal fikse veranderingen in het wetsvoorstel. Zo is de levensloopregeling verruimd en aantrekkelijker gemaakt. Werknemers kunnen in plaats van 150% van hun loon 210% van hun loon bijeensparen. Ook krijgen werknemers per gespaard jaar recht op een extra belastingkorting van €183 bij opname van hun tegoed. Hierdoor kunnen werknemers tussen de drie en vier jaar onbetaald verlof bekostigen tegen 70% van hun gebruikelijke loon. Werkgevers kunnen belastingvrij mee betalen op de rekening van hun werknemers, mits zij geen voorwaarden stellen aan het opnemen van het verlof. Ook moeten zij dan de werkgeversbijdrage beschikbaar stellen aan werknemers die niet aan een levensloopregeling deelnemen. Sociale partners kunnen in CAOs afspraken maken over collectieve contracten met een bank, verzekeraar of dochteronderneming van een pensioenfonds. Het staat werknemers vrij om aan deze collectieve regeling in de CAO deel te nemen of bijvoorbeeld te kiezen voor een levensloopproduct bij een andere aanbieder.

Mensen die 40 jaar in een pensioenregeling hebben deelgenomen, kunnen door de nieuwe fiscale maatregelen vanaf 63 jaar met pensioen. Het kabinet heeft namelijk de mogelijkheden voor het opbouwen van het aanvullende ouderdomspensioen verruimd. Per jaar kunnen meer ouderdomspensioenaanspraken worden opgebouwd. Door een verlaging van de minimale franchise kan over een groter deel van het inkomen pensioen worden opgebouwd en ook kan in kortere tijd een volwaardig pensioen worden opgebouwd door een verhoging van het maximale opbouwpercentage. Wanneer de ingangsdatum van het ouderdomspensioen dan geflexibiliseerd wordt, kunnen werknemers die voor hun 65ste met pensioen willen een deel van het hogere ouderdomspensioen naar voren halen. Daarnaast kunnen zij gebruik maken van het tegoed in de levensloopregeling. Een werknemer die 40 jaar heeft deelgenomen in een pensioenregeling en maximaal gebruik maakt van de verruimde mogelijkheden van de levensloopregelingen kan daardoor met 60 jaar stoppen met werken. In de oorspronkelijke kabinetsvoorstellen was al bepaald dat er niets verandert voor werknemers die voor 1 januari 2005 55 jaar en ouder zijn. Zij kunnen gebruik blijven maken van bestaande fiscale faciliteiten voor VUT- en prepensioenregelingen. De fiscale ondersteuning voor VUT- en prepensioenregelingen vervalt in 2006 voor mensen die per 1 januari 2005 jonger zijn dan 55 jaar. Dit betekent dat met ingang van 1 januari 2006 op te bouwen prepensioenaanspraken niet langer belastingvrij zijn. De betaalde premie is vanaf 2006 niet langer aftrekbaar. De uitkering die de werknemer later ontvangt, is echter wel belastingvrij.

Moeizame CAO-onderhandelingen

Met de aanvaarding van het wetsvoorstel door de Eerste Kamer is alleen de fiscale ruimte afgebakend voor regelingen voor levensloop, vroegpensioen en ouderdomspensioen. Hoe een en ander in de praktijk uitgewerkt wordt, is afhankelijk van het overleg tussen sociale partners. Wat gaan partijen doen met de loonruimte die nu in beslag genomen wordt door de premies voor VUT of prepensioenregelingen? Het gaat dan al gauw om zon 5 tot 6 procent van de loonsom. Wordt het aangewend voor het opplussen van het collectieve aanvullende ouderdomspensioen (gedwongen besparingen) en zo ja op welke manier dan? Of wil men individuele werknemers zelf de keus laten of ze geld willen storten op hun levensloopregeling, voor een individuele aanvulling op het ouderdomspensioen gaan of gewoon het bedrag toegevoegd willen zien aan hun bruto-salaris? En wat te doen met de al opgebouwde prepensioenaanspraken? Worden die omgezet naar extra ouderdomspensioen of krijgen individuele werknemers ook hier de keuze of ze het willen aanwenden voor hun ouderdomspensioen of hun levenslooppotje? Heel wat vragen die in een tamelijk kort tijdsbestek, gelet op de beoogde ingangsdatum van het nieuwe fiscale regime, moeten worden beantwoord en die tamelijk fundamentele keuzes vergen. Interessante keuzes, omdat de keuzes die sociale partners rond levensloop en ouderdomspensioen maken tot op zekere hoogte ook een lakmoesproef voor de modernisering van de arbeidsvoorwaarden zijn. Kiest men voor de collectieve ouderdomspensioenregelingen of juist individuele regelingen, kiest men voor vroegpensioen of juist voor levensloopsparen? De tijd zal het leren.

Op de website van het Pensioenplatform kunt u zich informeren over deze materie.
Ook op de website van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kunt u informatie vinden.

Op de website van Expertisecentrum LEEFtijd is een artikel gepubliceerd over ontwikkelingen op het gebied van de levensloop. U kunt dat hier downloaden en inzien. Ook in het Reformatorisch Dagblad is onlangs een artikel verschenen over dit onderwerp, u kunt dat hier als pdf downloaden.

In november 2004 heeft Expertisecentrum LEEFtijd, ter gelegenheid van het 10-jarig bestraan van de organisatie een conferentie georganiseerd met betrekking tot deze materie.