Om arbeid en zorg te combineren zijn er in de Wet Arbeid en Zorg (WAZO) diverse verlofregelingen vastgelegd. Werknemers kunnen hier gebruik van maken om de zorg voor kinderen, partner of ouders te combineren met hun werk. Dat levert voordeel op voor zowel de zorgende werknemer als de werkgever. Meer keuzevrijheid voor werknemers om evenwicht te creëren in hun werk en privéleven houd medewerkers gezond en gemotiveerd betrokken bij de organisatie. Daarom zet LEEFtijd hieronder de wettelijke regelingen op een rij.
Voor kraamverlof, calamiteitenverlof, kortdurend en langdurend zorgverlof mogen in een CAO of een regeling van de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging van de WAZO positief afwijkende afspraken worden gemaakt. In dat geval gelden die afspraken en niet de verlofregelingen zoals in de Wet Arbeid en Zorg opgenomen.
Iedere werknemer heeft per jaar recht op maximaal 10 dagen zorgverlof of voor parttimers tweemaal het aantal wekelijkse contracturen per jaar. Dus een werknemer met een 32-urige werkweek heeft recht op 64 uur kortdurend zorgverlof per jaar. Tijdens dit verlof moet de werknemer tenminste 70% van het salaris doorbetaald krijgen. Het verlof hoeft niet aangesloten opgenomen te worden.
Calamiteitenverlof is verlof bedoel voor acute onvoorziene omstandigheden waarbij de werknemer direct vrij moet nemen. Bijvoorbeeld bij een gesprongen waterleiding of een ongeval van een naaste. De duur van het verlof is afhankelijk van de reden waarom calamiteitenverlof wordt verzocht. Het salaris wordt in principe volledig doorbetaald. Indien een werknemer vrij moet nemen omdat een kind, partner of ouder plotseling ziek wordt, kan de eerste zorgdag als calamiteitenverlof opgenomen worden. De eventueel tweede zorgdag moet een andere vorm van verlof opgenomen worden, bijvoorbeeld kortdurend zorgverlof als de werknemer de enige persoon is die de zieke kan verzorgen. Veel CAOs kennen aanvullende regelingen voor calamiteitenverlof.
Werknemers kunnen langdurend zorgverlof opnemen voor de verzorging van een kind, ouder of partner die ernstig ziek is. Langdurend zorgverlof is onbetaald, maar in een aantal CAOs is geregeld dat het deels of zelfs volledig doorbetaald wordt voor een bepaalde periode. Per jaar kan de werknemer maximaal zesmaal de wekelijkse contracturen opnemen. Een werkgever mag het verlof alleen weigeren indien het de organisatie in ernstige problemen brengt.
Werknemers die een kind adopteren hebben recht op vier weken adoptieverlof. Dit geldt voor beide ouders. Pleegouders kunnen ook in aanmerking komen voor adoptieverlof indien het kind bij de (pleeg)ouders op hetzelfde adres woont en er een pleegcontract is afgesloten. Adoptieverlof moet aaneengesloten opgenomen worden en kan alleen vanaf twee weken voor de officiële adoptie tot zestien weken erna opgenomen worden. De werkgever hoeft tijdens adoptieverlof geen slaris door te betalen. De werknemer heeft recht op een uitkering van het UWV van ongeveer 100% van het salaris.
Met de levensloopregeling kunnen werknemers een deel van hun brutoloon sparen om in de toekomst een periode van onbetaald verlof te financieren. Jaarlijks mag een werknemer 12% van het jaarlijkse brutoloon sparen op een speciale levensloopregeling, tot een maximum van 210% van het bruutjaarsalaris in totaal. Werkgever en werknemer moeten in overleg bepalen wanneer het levenslooptegoed wordt opgenomen. Werkgevers zijn niet verplicht om mee te betalen aan de levensloopregeling.
Zwangerschaps- en bevallingsverlof is een verlofperiode van 16 weken voor en na de bevalling. Het zwangerschapsverlof begint op zijn vroegst 6 weken en uiterlijk 4 weken voor de uitgerekende bevallingsdatum. Het bevallingsverlof duurt altijd (minimaal) 10 weken na de bevalling, ook als de baby later is geboren. Het zwangerschaps- en bevallingsverlof kan alleen aangesloten opgenomen worden. Een werkneemster moet in ieder geval 42 dagen verlof opnemen na de bevalling, maar mag daarna het verlof stoppen en eerder aan het werk gaan.
Het kraamverlof is een tweedaags verlof voor de vader of geregistreerde partner. Dit verlof moet binnen de eerste vier weken na de bevalling opgenomen worden. Wanneer het kind in het ziekenhuis is geboren moet het verlof binnen vier weken na thuiskomst van de baby uit het ziekenhuis gebruikt worden. De dag van de bevalling zelf en het doen van aangifte van de geboorte valt onder calamiteitenverlof. Kraamverlof is volledig doorbetaald mits in de Cao geen afwijkende afspraken opgenomen zijn.
Werknemers kunnen ouderschapsverlof om meer tijd aan de zorg van hun kind(eren) te besteden. Dit kan totdat het kind acht jaar is en per kind heeft men één keer recht op ouderschapsverlof. De werknemer moet wel minimaal 1 jaar in dienst zijn. Beide ouders hebben recht op dit verlof. De duur van het ouderschapsverlof is (sinds 1 januari 2009) maximaal 26 keer het wekelijks aantal contracturen. Standaard geldt dat de werknemer gedurende een jaar 50% werkt per week. In een aantal CAOs kan het ouderschapsverlof ook aaneengesloten (voltijds) opgenomen worden. Ouderschapsverlof is onbetaald tenzij in de CAO of aanvullende arbeidsvoorwaarden andere afspraken over (gedeeltelijke) doorbetaling van het verlof (veelal bij deelname aan de levensloopregeling).
Werknemers hebben volgens de Wet Aanpassing Arbeidsduur het recht of meer of minder te gaan werken. De werknemer moet dan minimaal 1 jaar voorafgaand aan de beoogde ingangsdatum van die arbeidsduuraanpassing in dienst zijn. Het maakt niet uit hoeveel uren de medewerker meer of minder zou willen werken, het mag alleen niet meer zijn dan de maximale arbeidsduur die binnen die organisatie geldt. De regeling geldt niet voor organisaties waar minder dan 10 mensen werken.
Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid - "Verlof. Informatie over verlofregelingen voor werknemers", Januari 2009.